Ons onderwijs en leerlingenzorg » Verantwoording » Anti-pestprotocol

Anti-pestprotocol

1. Waarom een anti-pestprotocol?

KBS Laurentius wil de leerlingen een veilig pedagogisch klimaat bieden. Zij moeten zich harmonieus en op een prettige en positieve wijze in een vertrouwde en bescherming biedende omgeving kun-nen ontwikkelen. E.e.a. geldt niet alleen in de gebouwen, maar ook op het schoolplein.
Als kinderen naar de basisschool gaan, hebben ze zich wat betreft waarden, normen en gewenst gedrag al heel wat eigen gemaakt. Vanuit onze eigen visie bouwen we dat verder uit. In veruit de meeste gevallen lukt dit door de ongeschreven (gedrags)regels gebaseerd op algemeen geaccep-teerde waarden en normen aan te bieden en deze te onderhouden. Ons uitgangspunt is dat kinde-ren samen moeten leren respectvol met elkaar om te gaan. Dat leerproces verloopt meestal vanzelf goed. Soms moeten kinderen in hun gedrag gecorrigeerd worden. Veelal heeft dat effect. Een enkele keer moeten we daar meer energie in steken.
Een zeer belangrijke rol speelt het (voorbeeld)gedrag van het personeel. Het is belangrijk om een duidelijk en helder beleid te hebben en dat persoonlijk uit te dragen.
Natuurlijk is het beter om pesten te voorkomen, maar dat lukt niet altijd. Daarom moeten kinderen weten dat ze altijd met opmerkingen en klachten bij een personeelslid terecht kunnen en er van uit mogen gaan dat die daar ook iets mee doet. Als kinderen weten dat er aandacht aan besteed wordt, dan heeft dat ook een preventieve werking.
De gevolgen van pestgedrag zijn verstrekkend. Daarom is het van groot belang dat m.n. de leerkracht onder ogen ziet, dat er een ernstig probleem in zijn of haar groep is.
Dit protocol biedt alle betrokkenen duidelijkheid over de impact, ernst en ook specifieke aanpak van dit ongewenste gedrag.

naar boven »

2. Doelen anti-pest-protocol

  • duidelijkheid verschaffen over de ongewenstheid van pestgedrag;
  • beschrijven welke aspecten een rol spelen;
  • informatie verschaffen over de wijze van aanpak;
  • een bijdrage leveren aan het gevoel van veiligheid op onze school.
naar boven »

3. Plagen of pesten?

Het lijkt er op dat het begrip pesten aan inflatie onderhevig is. Er wordt snel geroepen: "Ik word gepest" of "Hij pest me". Onwelgevallig gedrag krijgt al gauw het etiket "pesten" opgeplakt, terwijl in veel gevallen er sprake is van vervelend doen of plagen. Door deze inflatie lijkt pestgedrag een veelvoorkomend verschijnsel, terwijl onze schoolbevolking op sociaal vlak van een (redelijk) hoog niveau is. Met deze constatering willen we het probleem van pesten zeker niet bagatelliseren. Wat is nu het verschil?

 

 

 

Plagen Pesten
Gebeurt onbezonnen of spontaan Gebeurt met opzet
Heeft geen kwade bijbedoelingen (al kan een plagerij best even pijn doen). Doel is iemand bewust kwetsen of kleineren.
Duurt niet lang, gebeurt niet vaak en is onregelmatig. Kan lang blijven duren, is systematisch. Houdt niet vanzelf op.
Speelt zich af tussen gelijkwaardigen. Er is een ongelijke machtsverhouding: de pester heeft altijd de bovenhand. Macht tegenover onmacht.
Is meestal te verdragen of soms zelfs plezierig. Er zijn geen positieve bedoelingen (pijn doen, kwetsen, vernielen, isoleren etc.
Meestal één tegen één. Vaak zijn er meelopers; één tegenover meerdere.
De rollen liggen niet vast, nu eens plaagt de een, dan de andere.   

 Heeft een vaste structuur. De pesters zijn meestal dezelfden, de slachtoffers ook.

Als het slachtoffer wegvalt, wordt er vaak een ander slachtoffer opgezocht.

De "pijn" (lichamelijk of geestelijk) is draaglijk en van korte duur.

;Als er niet tijdig wordt ingegrepen kunnen de lichamelijke en

geestelijke gevolgen ingrijpenden langdurig zijn.

De relaties worden na het plagen meteen hervat.     De relatie is verstoord, herstel zal moeilijk zijn.
Het geplaagde kind blijft volwaardig lid van de groep. Het gepeste kind is geïsoleerd, voelt zich eenzaam/ buiten gesloten.
De groep lijdt niet onder de plagerijen. "Rimpels worden snel gladgestreken".

De groep lijdt onder een dreigend, onveilig gevoel.

Kinderen zijn angstig en vertrouwen elkaar niet meer. Ze zijn niet meer spontaan en open.

naar boven »

4. Definitie van pesten

Pesten is het systematisch (en vaak gedurende een langere periode) uitoefenen van psychische en/of fysieke mishandeling door één of meerdere individuen op iemand die niet in staat is zich adequaat te weren/verdedigen.

 

Pesten kan op velerlei manieren:

  • verbaal: bijv. schelden, jennen, belachelijk maken, roddelen;
  • fysiek: bijv. slaan, duwen, aan de haren trekken;
  • psychisch: bijv. door uitsluiting (doodzwijgen, isoleren), een bijnaam geven. "voortdurend "lollig" doen;
  • door afpersing: bijv. chanteren, bedreigen, dwingen om geld of spullen af te geven;
  • door stelen of vernielen van bezittingen;
  • door gebruik te maken van digitale communicatieprogramma 's.
naar boven »

5. De voorwaarden

  • Pesten moet door alle direct betrokken partijen (leerlingen (gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep), leerkrachten en de ouders/verzorgers) als probleem worden gezien.
  • De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bespreekbaar worden ge-maakt, waarna met hen regels worden vastgesteld.
  • Als pesten optreedt, moeten personeelsleden (m.n. leerkrachten) in samenwerking met de ouders dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen.
  • Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch de kop opsteekt, moet de school beschikken over een directe aanpak.
  • Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak niet het ge-wenste resultaat oplevert dan is de inschakeling van een vertrouwenspersoon nodig. De vertrouwenspersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen raadplegen en het bevoegd gezag adviseren. Op onze school zijn twee vertrouwenspersonen aangesteld.
  • Bij ouderavond vragen naar signalen thuis
naar boven »

6. Signalen en gevolgen

Pesten kan het leven van het slachtoffer helemaal overhoop gooien en danig verzieken. Kinderen die gepest worden, schamen zich vaak en durven er vaak niet goed met anderen over te praten. Zelfs niet met hun ouders. Mogelijke signalen van slachtoffers zijn: angst om naar school te gaan, last krijgen van nare dro-men en concentratiestoornissen waardoor de schoolprestaties achteruit gaan. Ook lichamelijke klachten zoals buikpijn, hoofdpijn of misselijkheid kunnen wijzen op pestproblematiek. Deze kinde-ren worden meestal steeds somberder of trekken zich steeds meer terug. Ook op volwassen leeftijd kunnen de gevolgen van pesten in de basisschoolleeftijd zeer ingrijpend zijn. (Onder meer in de vorm van depressie, gebrek aan zelfvertrouwen en storende herinneringen.) Pesten is niet alleen schadelijk voor de gepeste, maar ook voor de pester. Pesten is vaak een uiting van een gebrek aan normen/waarden en sociale vaardigheden. Eigen problemen worden over-schreeuwd. Pesters zoeken op een vervelende manier aandacht of “bevechten” op deze manier hun plaats in de groep (rangorde). Zij komen vaak op latere leeftijd in de problemen.

naar boven »

7. Preventieve maatregelen

  • De school vindt de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen belangrijk. Het res-pectvol omgaan met elkaar, het luisteren naar elkaar en het accepteren dat iedereen uniek is, vormen hierbij de uitgangspunten.
  • Kinderen worden in het gebouw en op het schoolplein serieus genomen. Er wordt gereageerd op hun klachten, opmerkingen e.d.
  • Aan het begin van ieder schooljaar bespreekt de leerkracht met de leerlingen de meer algemene afspraken en regels in het groepslokaal en op het schoolplein.
  • Klagen moet, klikken niet. Het verschil is dat bij klagen het doel is het beëindigen van bepaald gedrag; bij klikken dat een ander straf krijgt.
  • Op school wordt door het personeel het goede voorbeeld gegeven en de goede sfeer in en buiten het groepslokaal bewaakt.
  • De school gebruikt “Kinderen en hun sociale talenten” in het kader van de ontwikkeling van waarden en normen
  • Het zorgteam richt zich niet alleen op cognitieve, maar ook op gedragsproblemen.
  • Het terug laten komen van dit onderwerp op het MT/BC-overleg (managementteam en bouw-coördinatoren).
  • Het is aandachtspunt tijdens intervisiegesprekken, paralleloverleg, unitvergaderingen e.d..
naar boven »

8. Hoe lossen we een probleemsituatie op?

  • Een leerling geeft aan dat hij/zij iets niet wilt, bepaald gedrag ongewenst is.
  • Treedt er geen verandering op, dan heeft een leerling(e) het recht en de plicht om een per-soneelslid aan te spreken.
  • Een personeelslid hoort de klacht/opmerking aan; bespreekt e.e.a. met de andere partij. Hij/zij neemt duidelijk stelling indien er sprake is van onacceptabel gedrag.
  • Samen komen we tot een oplossing en worden afspraken gemaakt.
  • Indien een dialoog niet leidt tot een gedragsverandering dan worden maatregelen genomen.
naar boven »

9. De vijf-sporenaanpak

 

1 steun bieden aan het kind dat gepest wordt

  • naar het kind luisteren en ondersteunen door duidelijk stelling te nemen
  • met het kind overleggen over mogelijke oplossingen (aandacht aan weerbaar-heid/zelfvertrouwen)
  • samen met het kind werken aan oplossingen en afspraken maken
  • vervolggesprek plannen
  • een kring van veiligheid rond de leerling bouwen
  • zo nodig inschakelen van deskundige hulp

 

2 steun bieden aan het kind dat pest

  • duidelijk stelling nemen
  • achterhalen reden/oorzaak; komen tot bewustwording
  • probleemoplossend gesprek
  • bespreken wat pesten voor de ander betekent
  • hulp bieden bij het onderhouden van positieve relaties met andere leerlingen
  • de leerling helpen zich aan regels en afspraken te houden
  • zo nodig deskundige hulp inschakelen
  • juridisch gesprek – consequenties verbinden aan het continueren van pestgedrag (straf geven)
  •  vervolggesprek plannen

 

3 de ouders steunen

  • ouders die zich zorgen maken over pesten serieus nemen
  • informatie verschaffen
  • in samenwerking met de betrokken ouders het pestprobleem aanpakken
  • zonodig doorverwijzen naar deskundige ondersteuning

 

4 steun bieden aan de medeleerlingen door ze te betrekken bij de oplossing (de zwijgende middengroep is van vitaal belang bij de aanpak; mobiliseer hen.)

  • het geconstateerde ongewenste gedrag bespreekbaar maken
  • met de leerlingen bespreken welke rol zij zouden kunnen spelen bij de oplossing
  • aangeven dat pesten geen normaal gedrag is
  • aangeven dat een leerling pesten niet over zichzelf afroept
  • aangeven dat ander gedrag dan gemiddeld groepsgedrag ook bestaansrecht heeft in-dien niet vergeten wordt elkaar de ruimte te gunnen
  • de voedingsbodem voor meeloopgedrag wegnemen (In tegenstelling tot de ervaren pester horen meelopers graag bij de norm/de grote groep. Ze zijn veelal niet bereid om grote risico 's, waarvan ze de gevolgen niet kunnen overzien, te lopen.)

 

5 steun bieden aan personeelsleden

  • informatie geven over pesten
  • informatie over aanpak
  • bekendheid geven aan een specifiek probleem, zodat collega 's hun bijdrage kunnen leveren (raad/extra aandacht tijdens surveillance, intervisie e.d.)
  • inschakelen deskundige hulp (o.a. zorgteam)
naar boven »

De 10 gouden regels

  1. We hebben respect voor elkaar.
  2. We accepteren elkaar zoals we zijn.
  3. We zijn verantwoordelijk voor elkaar.
  4. We beoordelen andere kinderen niet op hun uiterlijk.
  5. We geven aan wanneer we iets niet willen. Ophouden is dan de enige acceptabele reactie.
  6. Ruzies proberen we eerst zelf uit te praten. Zo nodig gaan we naar de leerkracht of overblijfkracht.
  7. Als we zien dat een kind gepest wordt, vertellen we dit. Dat is geen klikken.
  8. We lachen elkaar niet uit, roddelen en schelden niet en ver zinnen geen bijnamen.
  9. We sluiten andere kinderen niet buiten. 10. We doen elkaar geen pijn en bedreigen elkaar niet.
naar boven »