Ons onderwijs en leerlingenzorg » Ons onderwijs » Onderwijs in groep 3 t/m 8

Onderwijs in groep 3 t/m 8

Het onderwijs in groep 3 tm 8

In de groepen 3 t/m 8 realiseren we adaptief onderwijs d.m.v. Driestromenland.
We gaan er vanuit dat het merendeel van de leerlingen in staat is het “reguliere” onderwijsprogramma met succes te volgen, dit noemen we de hoofdstroom.
Een klein deel lukt dit niet zonder aangepaste maatregelen. Deze leerlingen zitten in de onderstroom. Zij hebben bijv. behoefte aan extra begeleiding, andersoortige instructie en/of leerstof en leerstrategieën.

De laatste jaren is er in onze organisatie ook steeds meer aandacht gekomen voor de leerlingen in de bovenstroom. Er is gewerkt aan een gepast leerstofaanbod voor onze begaafde (ongeveer 12%) en hoogbegaafde leerlingen (ongeveer 2,5%). Een specifieke werkgroep “hoogbegaafdheid” houdt zich bezig met deze ontwikkeling.
De bovenstroomleerlingen maken zich de basisvaardigheden sneller eigen en hebben minder behoefte aan instructie en inoefening. D.m.v. “compacting” (=comprimeren van leerstof) streven we ernaar dat ook zij op hen toegesneden onderwijs krijgen. In de tijd die hierdoor vrijkomt werken deze leerlingen met verdiepend en verrijkend materiaal.

Bij het omgaan met verschillen in de onderhavige groepen kiezen we voor de volgende uitgangspunten:

  • Wij zien het als onze opdracht leerlingen na groep acht uit te laten stromen op een voor hen passend niveau.
  • Een consequentie van bovenstaande is dat de begeleiding van leerlingen divers is.- De meeste (zo niet alle) kinderen leren het beste in een heterogene groep. Ons onderwijs  moet er op gericht zijn om kinderen van verschillend niveau zoveel mogelijk met elkaar te laten optrekken.
  • De leerkracht houdt rekening met en speelt in op verschillen tussen kinderen.
  • Om bepaalde kinderen in de groep extra aandacht te kunnen geven, is het nodig dat de overige leerlingen regelmatig zelfstandig werken.


Leerlingen moeten tijdens zelfstandig werken leerkrachtonafhankelijk aan opdrachten werken.
Het realiseren van extra instructie en leertijd om adequaat met de verschillen tussen kinderen te kunnen omgaan, wordt m.n. gerealiseerd door zelfstandig werken te integreren in de dagelijkse praktijk.
In de groepen 3 t/m 8 bieden de gehanteerde methoden voldoende mogelijkheden om dit te realiseren. Er wordt o.a. gewerkt met een agendamodel. Op het bord worden de opdrachten genoteerd die verwerkt kunnen/moeten worden. We beperken ons daarbij niet alleen tot de cognitieve vakken, maar ook opdrachten gerelateerd aan andere vak- en vormingsgebieden zijn hierin opgenomen.
Indien een leerling(e) tijdens de verwerking voor problemen komt te staan, gaat hij/zij in eerste instantie te rade bij groepsgenoten. Mocht dat niet tot oplossingen leiden dan kan er in een later stadium een beroep op de leerkracht worden gedaan.
Daarnaast biedt de inzet van onderwijsassistenten vele mogelijkheden om het onderwijs te optimaliseren. Zij kunnen de leerkrachten ondersteunen door bijv. toezicht te houden in de groep terwijl de leerkracht extra instructie geeft.
Een belangrijke taak is ook weggelegd bij het zorgteam. Daarover meer in hoofdstuk 4.
Binnen de organisatie van de groep wordt rekening gehouden met het geven van individuele instructie dan wel in kleine groepjes. Hieraan geeft de leerkracht hulp aan leerlingen die behoefte hebben aan extra ondersteuning. Het initiatief hiertoe kan zowel uitgaan van de leerkracht als van de leerling(e).
Op momenten dat de leerkracht individuele instructie geeft of kleine groepen begeleidt, is hij/zij niet beschikbaar voor de overige leerlingen.

Zij werken dan zelfstandig. Dat heeft de volgende voordelen:

  • Het vergroot het zelfvertrouwen en de zelfstandigheid.
  • Het geeft en brengt verantwoordelijkheid bij.
  • De leerling(e) leert omgaan met uitgestelde aandacht.
  • De leerling(e) leert op een juiste manier hulp te vragen en te geven.


Binnen onze school zijn constant ontwikkelingen gaande die het mogelijk maken individuele kinderen nog beter te kunnen begeleiden. Wij realiseren ons echter wel dat er voor ons, het reguliere onderwijs, grenzen zijn aan adaptief onderwijs, middelen, expertise en menskracht. Er zullen altijd leerlingen verwezen moeten worden naar het speciaal basisonderwijs. Een aantal kinderen zal daar beter geholpen kunnen worden.

naar boven »